Statuten van Gouweslag

Naam en zetel

Artikel 1

1. De vereniging draagt de naam Gouweslag

2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Gouda.

 

Inrichting

Artikel 2

1. Organen van de vereniging zijn: het bestuur en de algemene verga­dering, alsmede alle overige personen en kommissies die krachtens de statuten door de algemene vergadering zijn belast met een nader omschreven taak en aan wie daarbij door de algemene vergadering beslissingsbe­voegdheid is toege­kend.

2. De organen van de vereniging als bedoeld in lid 1 bezitten geen rechtsper­soonlijkheid.

 

Duur en boekjaar

Artikel 3

1. De vereniging is opgericht op 31 mei 2000 te Gouda. Zij is aan­gegaan voor onbe­paalde tijd.

2. Het boekjaar van de vereniging loopt van één april tot en met één en dertig maart.

 

Doel

Artikel 4

1. De vereniging stelt zich ten doel het doen beoefenen en het bevorde­ren van de badmintonsport in al zijn verschijningsvormen.

2. De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door:

a. het lidmaatschap te verwerven van de NBB, in deze statuten nader aan te duiden als: de bond;

b. deel te nemen aan de door de onder a genoemde bond georgani­seerde of goedgekeurde kompetities en andere wedstrijden;

c. wedstrijden te organiseren;

d. evenementen op het gebied van de badmintonsport te organiseren.

 

Leden

Artikel 5

1. a. Leden zijn natuurlijke personen, die op hun verzoek als lid door het bestuur zijn toegelaten.

b. In het huishoudelijk reglement worden verschillende leden onderscheiden.

c. Personen die door de bond zijn ontzet uit het lidmaatschap van de bond kunnen niet als lid van de vereniging worden toegelaten.

2. In geval van niet-toelating door het bestuur kan op verzoek van de betrok­kene alsnog door de eerstvolgende plaatsvin­dende algemene vergadering tot toelating worden besloten.

3. Op voorstel van het bestuur kan de algemene vergadering een lid wegens zijn bijzondere verdiensten voor de vereniging tot erelid benoe­men.

 

Verplichtingen

Artikel 6

1. De leden zijn verplicht:

a. de statuten en reglementen van de vereniging, alsmede de besluiten van de organen vermeld in art. 2 lid 1 na te leven;

b. de belangen van de vereniging niet te schaden;

c. de statuten, de reglementen en/of besluiten van organen van de bond alsmede de van toepassing zijnde wedstrijdbepalingen na te leven en zich te onthouden van handelingen of gedragingen waardoor de belan­gen van de badmintonsport in het algemeen en die van bond in het bijzonder op onredelijke wijze worden benadeeld;

d. bij hun toetreding het lidmaatschap van de bond aan te vragen; de vereni­ging is bevoegd om ten aanzien van een natuurlijk persoon een verzoek tot toelating tot het lidmaatschap van de bond in te dienen; het bestuur draagt voor deze aanmelding steeds onverwijld zorg over­eenkomstig de ter zake gel­dende voorschriften van de bond.

2. Door de vereniging kunnen in naam van de leden geen ver­plichtingen worden aangegaan, dan nadat het bestuur daartoe door de algemene vergade­ring vertegen­woordigingsbevoegd is verklaard.

 

Tuchtrechtspraak

Artikel 7

1. a. In het algemeen zal strafbaar zijn elk handelen of nalaten in strijd met de statuten, reglementen en/of besluiten van organen van de vereni­ging, of waardoor de belangen van de vereniging worden ge­schaad.

b. Tevens zal strafbaar zijn elk handelen of nalaten dat in strijd is met de statuten, reglementen - wedstrijdbe­palingen daaronder begrepen - en/of met besluiten van organen van de bond, of waardoor de belan­gen van de badmin­tonsport in het algemeen en van de bond in het bijzonder worden geschaad.

2. Voor zover deze bevoegdheid niet aan een eigen kommissie, belast met de tuchtrechtspraak, is opgedragen, is het bestuur bevoegd om, in geval van overtredingen als bedoeld in lid 1 onder a, alsmede in geval van overtre­ding van de wedstrijdbepalingen, de volgende straf­fen op te leggen:

a. berisping;

b. tuchtrechtelijke boetes;

c. schorsing;

d. ontzetting (royement).

3. Tuchtrechtelijke boetes kunnen worden opgelegd tot de bij reglement vastgestelde maxima.

4. Schorsingen kunnen worden opgelegd voor de bij reglement aangegeven maximum perioden. Gedurende de periode dat een lid is geschorst, heeft hij geen toegang tot een algemene vergadering en kan hij aldaar niet aan de stemming deelnemen, terwijl hem bovendien gedurende deze periode ook andere aan het lidmaatschap verbonden rechten kunnen worden ontzegd.

5. a. Ontzetting (royement) kan alleen worden uitgesproken indien een lid in ernstige mate in strijd met de statuten, regle­menten en/of beslui­ten van de organen van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.

b. Ontzetting (royement) kan slechts door het bestuur worden uitgespro­ken.

c. Nadat het bestuur tot ontzetting (royement) heeft besloten, wordt het betrokken lid ten spoedigste door middel van een aangetekend schrij­ven van het besluit, met opgave van rede­nen, in kennis gesteld.

d. De betrokkene is bevoegd binnen één maand na ontvangst van deze kennis­geving in beroep te gaan bij een algemene verga­dering, die in haar eerst­volgende vergadering met meerder­heid beslist. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst, met dien verstande dat de betrokkene voor het voeren van verweer toegang heeft tot de eerstvolgende algemene vergadering en bevoegd is aldaar het woord te voeren. De betrok­kene is tevens bevoegd zich in bedoelde vergadering door een raadsman te doen bijstaan.

6. In geval van overtredingen als bedoeld in lid 1 onder b is het be­trok­ken lid onderworpen aan de bepalingen van het Tuchtreglement van de bond, vastge­steld door de algemene vergadering van de bond.

 

Arbitrage

Artikel 8

Geschillen tussen leden van de bond onderling ontstaan uit een door een bondslid met een sponsor gesloten overeenkomst worden met uit­sluiting van de burgerlijke rechter voorgelegd aan de Arbitragecommissie Sportsponsoring van de Nederlands Olympisch Comité Sport Federatie en de Vereniging Sportspon­soring Neder­land. Deze geschillen zullen worden beslecht overeenkomstig het reglement van de Arbitragecommissie Sportsponsoring van deze organi­saties.

 

Geldmiddelen

Artikel 9

1. De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit:

a. contributie van de leden;

b. ontvangsten uit wedstrijden;

c. andere inkomsten.

2. a. De leden zijn jaarlijks gehouden tot het betalen van contributie, welke door de algemene vergadering zal worden vastgesteld. De leden kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld, die een verschillende contributie betalen.

b. Wanneer het lidmaatschap in de loop van het boekjaar eindigt blijft niettemin de contributie voor het gehele jaar verschuldigd.

3. Ereleden zijn vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van contributie.

 

Einde lidmaatschap

Artikel 10

1. Het lidmaatschap eindigt:

a. door overlijden van het lid;

b. door opzegging door het lid;

c. door opzegging door het bestuur namens de vereniging;

d. door ontzetting (royement), als bepaald in art. 7 lid 5.

2. a. Opzegging namens de vereniging kan geschieden wanneer een lid heeft opge­houden aan de vereisten voor het lidmaatschap te voldoen voor zover deze door deze statuten worden ge­steld, of wanneer hij zijn ver­plichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsmede wanneer van de vereni­ging redelij­kerwijs niet kan worden gevergd het lidmaat­schap te laten voortduren.

b. Indien een lid uit het lidmaatschap van de bond wordt ontzet is de vereni­ging reeds op die grond verplicht om na kennisneming van het uitgesproken royement de betrokkene met onmiddellijke ingang als lid van de vereniging te schorsen en na het onherroepelijk worden van het uitge­sproken royement door opzegging tot onmiddellijke beëindiging van het lidmaatschap van de vereni­ging over te gaan.

c. Wanneer een lid het lidmaatschap van de bond heeft opgezegd, dan wel wanneer de bond aan het lid het lidmaatschap van de bond heeft opge­zegd, wordt door de vereniging aan betrokkene het lidmaatschap van de vereniging opgezegd.

3. De vereniging is bevoegd om na beëindiging van het lidmaatschap van een lid, anders dan door overlijden, of na opzegging van haar lid­maat­schap van de bond namens de betrokkene diens lidmaatschap van de bond op te zeggen. De vereniging draagt voor deze opzegging steeds onverwijld zorg overeenkomstig de ter zake geldende voorschriften van de bond.

4. a. Bij opzegging van het lidmaatschap door het lid of namens de vereniging dient een termijn in acht genomen te worden zoals vastgelegd in het huishoudelijk reglement.

b. Een opzegging in strijd met het onder a bepaalde doet het lidmaat­schap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum, waarte­gen was opgezegd.

5. a. Behoudens het in dit artikel sub b bepaalde kan een lid voorts zijn lidmaat­schap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat een besluit waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn verplichtingen zijn verzwaard hem is bekend geworden of meegedeeld. Het besluit is alsdan niet op hem van toepassing.

b. Een lid heeft de onder a bedoelde bevoegdheid tot tussentijdse opzeg­ging niet in het geval de wijziging een nauwkeurig in deze statuten omschreven recht of verplichting betreft en voorts niet in het geval van een wijziging van geldelijke rechten en ver­plich­tingen.

c. Een lid kan zijn lidmaatschap ook met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat hem een besluit is meegedeeld tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm of tot fusie.

6. Behalve in geval van overlijden wordt een lid dat heeft opgezegd geacht nog lid te zijn tot ten hoogste het eind van het boekjaar volgend op dat waarin werd opgezegd, zolang hij niet heeft voldaan aan zijn geldelijke ver­plichtingen ten opzichte van de vereniging, of zolang enige aangelegen­heid waarbij hij betrokken is niet is afgewik­keld, de tenuitvoerlegging van een opgelegde straf daarin begrepen. Gedurende deze periode kan de betrokke­ne geen rechten uitoefenen, met uitzondering van het recht om bin­nen de gestelde termijnen in beroep te gaan.

 

Donateurs

Artikel 11

1. De vereniging kent behalve leden ook donateurs.

2. Donateurs zijn natuurlijke of rechtspersonen die door het bestuur als dona­teur zijn toegelaten en die zich jegens de vereniging verplichten om jaarlijks een door het bestuur vastgestelde bijdrage te storten.

3. Donateurs hebben geen andere rechten of verplichtingen dan welke hun bij of krachtens de statuten zijn toegekend of opgelegd.

4. De rechten en verplichtingen van de donateur kunnen te allen tijde door de vereniging of de donateur door opzeg­ging worden beëindigd, met dien verstan­de dat bij opzegging door de donateur de jaarlijkse bijdrage voor het lopende boekjaar voor het geheel verschuldigd blijft.

5. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.

 

Bestuur

Artikel 12

1. a. Het bestuur bestaat uit ten minste drie meerderjarige perso­nen, die door de algemene vergadering uit de leden worden gekozen.

b. Het aantal bestuursleden wordt vastgesteld door de alge­mene vergade­ring.

c. De voorzitter wordt in functie gekozen.

2. a. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een of meer bindende voordrachten, behoudens het hieronder sub b bepaalde. Tot het opmaken van zo'n voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur als vijf of meer leden. De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering meegedeeld. Een voordracht door vijf of meer leden moet voor de aan­vang van de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden inge­diend.

b. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met ten minste twee/derde van de uitge­brachte stemmen genomen besluit van de algemene vergade­ring.

c. Vindt geen kandidaatstelling plaats of besluit de algemene vergade­ring overeenkomstig het onder b gestelde om aan de kandidaatstelling het bin­dend karakter te ontnemen, dan is de algemene vergadering vrij in haar keus.

3. a. Ieder bestuurslid treedt na twee jaar na zijn verkiezing af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Aftreden­de bestuursleden zijn terstond herkies­baar.

b. In een tussentijdse vacature wordt zo mogelijk binnen zes weken voorzien. Wie in een tussentijdse vacature is geko­zen, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.

4. In zijn eerste bestuursvergadering na een bestuursverkiezing verdeelt het bestuur in onderling overleg de overige functies en stelt zij voor elk bestuurslid diens taak vast en doet hiervan, hetzij in het clubblad, hetzij door middel van een schriftelijke kennisgeving, mededeling aan alle leden.

5. Ieder bestuurslid is tegenover de vereniging gehouden tot een behoor­lijke vervulling van de hem opgedragen taak.

6. De algemene vergadering kan een bestuurslid als lid van het bestuur schor­sen of ontslaan indien zij daartoe (rechts)omstandigheden aanwezig acht. Voor een daartoe strekkend besluit is een meerderheid vereist van ten minste twee/derde van de uitge­brachte geldige stemmen.

Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.

 

Bestuurstaak

Artikel 13

1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.

2. Indien het aantal bestuursleden beneden drie is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene verga­dering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt.

3. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde on­derde­len van zijn taak te doen uitvoeren door kommissies waarvan de leden door het bestuur worden benoemd en ontslagen.

 

Bestuursvergadering

Artikel 14

1. Tenzij het bestuur anders bepaalt, vergadert het bestuur wanneer de voorzitter of twee andere bestuursleden dit verlangen.

2. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, indien geen bestuurslid zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet en alle be­stuursle­den aan deze besluitvorming deelnemen.

3. a. Alle besluiten, daaronder begrepen de besluiten als bedoeld in lid 2, worden genomen met meerderheid van de uitgebrachte geldige stem­men, mits voor wat de in vergadering genomen besluiten betreft de meerder­heid van de in functie zijnde bestuursleden aanwezig is.

b. Blanco stemmen zijn ongeldig.

4. Over elk voorstel wordt afzonderlijk en mondeling gestemd, tenzij de voorzitter of een bestuurslid anders wensen.

5. a. Het door de voorzitter uitgesproken oordeel dat het bestuur een besluit heeft genomen, is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

b. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het onder a bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan wordt zonodig het te nemen besluit schriftelijk vastgelegd en vindt een nieuwe stemming plaats, indien een bestuurslid dit verlangt. Door deze nieuwe stemming ver­vallen de rechtsgevol­gen van de oorspronkelij­ke stemming.

6. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een door het bestuur aangewezen notulist notulen gemaakt, die door de voorzitter en de notulist worden vastgesteld.

 

Vertegenwoordiging

Artikel 15

1. De vereniging wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter, secretaris of penningmeester afzonderlijk.

2. De vereniging wordt op de districtsvergadering van de bond vertegenwoordigd door een bestuurslid of een daar­toe door het bestuur aangewezen lid.

3. Het bestuur is, mits met voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeen­kom­sten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschulde­naar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstel­ling voor een schuld van een derde verbindt.

4. Bestuursleden, aan wie krachtens deze statuten vertegenwoordigings­bevoegdheid is toegekend, oefenen deze bevoegdheid niet uit dan nadat tevoren een bestuursbesluit is genomen, waarbij tot het aangaan van de betrokken rechtshandeling of rechtshandelingen is besloten.

 

Rekening en verantwoording

Artikel 16

1. Het bestuur is verplicht de vermogenstoestand van de vereniging zodanig bij te houden zodat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden opgemaakt.

2. Het bestuur brengt - behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering - binnen drie maanden na afloop van het boekjaar op een algemene vergadering jaarverslag uit en doet, onder overlegging van de nodige bescheiden rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur. Bij gebreke hiervan kan, na afloop van de termijn, ieder lid deze rekening en verantwoording in rechte van het bestuur vorderen.

3. a. Tenzij de algemene vergadering op een andere wijze in het toezicht op het bestuur heeft voorzien, kiest de algemene vergadering een kascommissie, bestaande uit twee leden en een plaatsvervangend lid die geen deel mogen uitmaken van het bestuur.

b. De leden van de onder a bedoelde kommissie worden gekozen voor de duur van twee jaar en treden volgens een op te maken rooster af. Zij zijn aanslui­tend slechts éénmaal herkiesbaar.

c. De kascommissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevin­dingen uit.

4. Degenen die de rekening en verantwoording van het bestuur onderzoe­ken, kunnen bij bijzondere omstandigheden zich voor rekening van de vereniging door een deskundige doen bijstaan. Het bestuur is verplicht aan de kommissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas te tonen en inzage van de boeken en bescheiden van de vereni­ging te geven.

5. De opdracht aan de kommissie kan te allen tijde door de algemene vergade­ring worden herroepen, doch slechts door de verkiezing van een andere kommissie.

6. Goedkeuring door de algemene vergadering van het jaarverslag en de rekening en verantwoording strekt het bestuur tot décharge voor alle handelin­gen, voor zover die uit de jaarstukken blijken.

7. Het bestuur is verplicht de bescheiden als bedoeld in de leden 1, 2 en 3 zeven jaar lang te bewaren.

 

Algemene vergadering

Artikel 17

1. Jaarlijks zal uiterlijk zes maanden na afloop van het boekjaar een algeme­ne vergadering (jaarvergadering) worden gehouden.

2. De agenda van deze vergadering bevat onder meer:

a. bespreking van de notulen van de vorige algemene vergadering;

b. jaarverslag van de secretaris;

c. behandeling en vaststelling van de jaarstukken;

d. vaststelling van de contributies;

e. vaststelling van de begroting;

f. voorziening in vacatures;

g. rondvraag.

3. Voorts worden algemene vergaderingen gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.

4. a. Het bestuur is op schriftelijk verzoek van ten minste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeel­te van de stemmen verplicht tot het bijeenroepen van een algemene ver­gadering op een termijn van niet langer dan vier weken.

b. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg is gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan met inacht­neming van het bepaalde in het volgende lid.

5. a. De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur, met inachtneming van een termijn van ten minste veertien dagen, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend.

b. De bijeenroeping geschiedt in het clubblad of door middel van een aan alle leden te zenden schriftelijke kennisgeving, zulks onder gelijk­tijdige vermelding van de agenda.

 

Toegang en besluitvorming algemene vergadering

Artikel 18

1. a. Toegang tot de algemene vergadering hebben alle leden, voor zover zij niet ten tijde van de vergadering als lid zijn geschorst.

b. De voorzitter kan tevens toegang verlenen aan andere dan de onder a bedoelde personen.

2. a. De in lid 1 onder a. bedoelde leden zijn stemgerechtigd, mits zij ten tijde van de algemene vergadering de leeftijd van veertien jaar hebben bereikt. Zij brengen ieder één stem uit.

b. Ieder stemgerechtigd lid is bevoegd zijn stem te doen uitbrengen door een schriftelijk gemachtigd ander stemgerechtigd lid dat echter in totaal niet meer dan twee stemmen kan uitbrengen.

3. a. Tenzij anders in deze statuten is bepaald, worden besluiten genomen met een meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen.

b. Onder meerderheid wordt verstaan meer dan de helft van de uitge­brach­te geldige stemmen.

c. Als ongeldige stemmen worden aangemerkt uitgebrachte stemmen of stem­biljetten die, naar het oordeel van de voorzitter:

1. blanco zijn;

2. zijn ondertekend;

3. onleesbaar zijn;

4. een persoon niet duidelijk aanwijzen;

5. de naam bevatten van een persoon die niet kandidaat gesteld is;

6. voor iedere verkiesbare plaats meer dan één naam bevatten;

7. meer bevatten dan een duidelijke aanwijzing van de persoon die is bedoeld.

4. a. Alle stemmingen over zaken geschieden mondeling, over personen schriftelijk, tenzij de voorzitter zonder tegenspraak uit de vergade­ring een andere wijze van stemmen bepaalt of toelaat.

b. Bij meerdere vacatures wordt over iedere vacature afzonderlijk ge­stemd.

5. a. Indien bij een stemming over personen bij de eerste stemming niemand de meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen heeft verkregen, wordt een tweede stemming gehouden.

Verkrijgt ook bij deze stemming niemand de meerderheid van de uitge­brachte geldige stemmen, dan vindt herstemming plaats over de perso­nen, die het hoogste aantal stemmen hebben verkregen.

b. Heeft slechts één persoon het hoogste aantal stemmen verkregen, dan vindt herstemming plaats over hem en degene die het op één na hoog­ste aantal stemmen heeft verkregen.

Zijn er meer personen die het op één na hoogste aantal stemmen hebben verkregen, dan vindt over hen eerst een tussenstemming plaats om uit te maken wie de kandidaat wordt voor de herstemming.

c. Zowel bij de tussenstemming als bij de herstemming(en) is hij gekozen die de meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen heeft verkre­gen. Staken bij deze stemmingen de stemmen, dan beslist het lot.

6. Indien de stemmen staken over een voorstel dat niet de verkiezing van personen betreft, is het verworpen.

7. a. Een ter vergadering door de voorzitter uitgesproken oordeel, dat een besluit is genomen, is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schrifte­lijk vastgelegd voorstel.

b. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het onder a bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan wordt zonodig het te nemen besluit schriftelijk vastgelegd en vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der vergadering, of indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een lid dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

 

Bevoegdheden algemene vergadering

Artikel 19

Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of door de statuten aan het bestuur of andere organen zijn opgedragen.

 

Leiding en notulering algemene vergadering

Artikel 20

1. De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur. Bij afwezigheid van de voorzitter treedt een ander door het bestuur aan te wijzen bestuurslid als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de algemene vergadering daarin zelf.

2. Van het verhandelde in elke algemene vergadering worden door de secretaris of een door het bestuur aangewezen notulist notulen ge­maakt. De notulen worden, na vaststelling door de voorzitter en de notulist, in het clubblad gepubliceerd of op een andere wijze ter kennis van de leden gebracht en worden in de eerstvolgende algemene vergadering bespro­ken.

 

Algemene reglementen

Artikel 21

1. De algemene vergadering kan reglementen vaststellen en wijzigen, waar- in de taken en bevoegdheden van de organen nader kunnen worden gere­geld en verbintenissen aan het lidmaatschap kunnen worden verbon­den.

2. De reglementen mogen niet in strijd zijn met de wet noch met de statuten.

 

Statutenwijziging

Artikel 22

1. De statuten kunnen slechts worden gewijzigd door een besluit van de alge­mene vergadering, waartoe werd opgeroepen met de mededeling, dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.

2. Zij, die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste veertien dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedra­gen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag, waarop de vergadering wordt gehouden. Bovendien wordt de voorgestelde wijziging ten minste veertien dagen voor de vergadering in het clubblad gepubliceerd en/of een afschrift hiervan op diens verzoek aan een lid ter beschikking gesteld.

3. a. Een besluit tot statutenwijziging behoeft ten minste twee/derde van de uitgebrachte geldige stemmen, in een vergadering waarin ten minste twee/der­de van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is.

Indien geen twee/derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is, wordt binnen vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroe­pen en gehou­den, waarin over het voorstel, zoals dat in de vorige verga­dering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal aanwezige of ver­tegenwoordigde leden, een besluit kan worden genomen, mits met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte geldige stemmen.

b. Een besluit tot statutenwijziging behoeft bovendien voorafgaande goed­keuring van de bond.

4. a. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat voldaan is aan het in lid 3 onder b bepaalde en van de statutenwijziging een nota­riële akte is opgemaakt. Van dit tijdstip wordt mededeling gedaan in het verenigingsorgaan.

b. Ieder bestuurslid is afzonderlijk tot het doen verlijden van deze akte bevoegd.

 

Ontbinding en vereffening

Artikel 23

1. De vereniging wordt ontbonden door een daartoe strekkend besluit van de algemene vergadering, genomen met ten minste twee/derde van het aantal uitgebrachte geldige stemmen in een vergadering waarin ten minste drie/vierde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is.

2. Het bepaalde in de leden 2 en 3 van art. 22 is van overeenkomstige toepassing.

3. Indien bij het besluit tot ontbinding geen vereffenaars zijn aangewe­zen, dan geschiedt de vereffening door het bestuur.

4. De algemene vergadering bepaalt de bestemming van een eventueel batig saldo.

5. Na de ontbinding blijft de vereniging voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten en reglementen voor zover moge­lijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van de vereni­ging uitgaan moeten aan haar naam worden toegevoegd de woorden "in liquidatie".

 

Huishoudelijk reglement

Artikel 24

1. De algemene vergadering kan bij huishoudelijk reglement nadere regels geven omtrent het lidmaatschap, de introductie, het bedrag van de contributies en entreegelden, de werkzaamheden van het bestuur, de wijze van uitoefening van het stemrecht en alle verdere onderwerpen waarvan de regeling haar gewenst voorkomt.

2. Wijzigingen van het huishoudelijk reglement kunnen geschieden bij besluit van de algemene vergadering.

3. Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet noch met de statuten.

Deze statuten zijn vastgesteld op de oprichtingsvergadering van Gouweslag, d.d.31 mei 2000 en gebaseerd op de statuten van de Goudse Badminton Club (GBC), badmintonvereniging Rijnland en de modelstatuten van de Nederlandse Badminton Bond (NBB).